Ratio's

Hier kan je terecht over informatie over verschillende soorten ratio's.

Ratio toegevoegde waarde

Als laatste onderdeel van de ratio-analyse bespreken we de ratio's die in verband staan met de toegevoegde waarde. De ratio's van de solvabiliteit, liquiditeit en het rendement richten zich op de financiële kant van de onderneming, de toegevoegde waarde richt zich daarentegen op de operationele kant. Deze twee ratio's kunnen gebruikt worden om de prestaties te analyseren, beoordelen en vergelijken. De twee gebruikte ratio's zijn de toegevoegde waarde per personeelslid en de toegevoegde waardemarge.

Toegevoegde waarde per personeelslid

toegevoegde waardeDe toegevoegde waarde per personeelslid kan eenvoudig berekend worden, het is namelijk de verhouding tussen de toegevoegde waarde en het gemiddeld aantal personeelsleden.  De toegevoegde waarde kan gedefinieerd worden als de waarde van de productie verminderd met het intermediaire verbruik. Dit intermediair verbruik is de som van de kosten van de verbruikte grond- en hulpstoffen en de kosten van de diensten gebruikt in het proces. 

De ratio van de toegevoegde waarde per personeelslid geeft op zich weinig nuttige informatie omdat het in een context bekeken moet worden. Deze ratio is geschikt om te vergelijken met vorige jaren of met andere ondernemingen binnen de sector. Een stijging of daling van de ratio kan twee redenen hebben: een wijziging van het gemiddelde personeelsbestand of een wijziging van de toegevoegde waarde. Het is daarom belangrijk om bij het vergelijken met andere boekjaren ook te verifiëren wat de reden is voor de verandering van waarde.

Toegevoegde waardemarge

De toegevoegde waardemarge kan berekend worden door  de toegevoegde waarde te delen door de waarde van de productie. Hierbij kan de toegevoegde waarde op dezelfde wijze berekend worden als bij de toegevoegde waarde per personeelslid. Deze ratio geeft aan hoeveel één euro productie voortbrengt aan toegevoegde waarde. De toegevoegde waardemarge wordt gebruikt als maatstaf van de verticale integratie binnen een bedrijf.

Hoe hoger de ratio, des te meer verticale integratie het bedrijf kent. Een verandering van de ratio kan twee redenen hebben:  Ofwel is de waarde van de productie veranderd, ofwel zijn de kosten minder dan proportioneel veranderd waardoor de toegevoegde waarde ook verandert. Net als de toegevoegde waarde per personeelslid wordt deze ratio voornamelijk gebruikt om te vergelijken met andere boekjaren of eventueel met concurrerende bedrijven.

Rendabiliteit van het eigen vermogen

Naast de ratio's van de rendabiliteit van de verkopen en de activa zijn er nog twee ratio's om de rendabiliteit van het eigen vermogen te beoordelen. Deze ratio's hangen nauw samen met die van de verkopen en de activa en geven aandeelhouders een indicatie van hoeveel winst het eigen vermogen aan financiële middelen is genereerd.  Deze winst kan nadien gebruikt worden om de aandeelhouders te vergoeden in de vorm van dividend, of om verder te investeren in het bedrijf. Ook geven deze ratio's meer informatie over het effect van veranderingen van kosten en opbrengsten op de winstgevendheid van het bedrijf.

Nettorendabiliteit eigen vermogen voor belastingen

Deze ratio wordt berekend door de winst voor belastingen te delen door het eigen vermogen. De nettorendabiliteit geeft weer hoeveel winst er door het eigen vermogen gegenereerd wordt.  Zoals hierboven reeds werd vermeld dient deze ratio als indicator voor de mogelijkheid tot het uitbetalen van dividenden of het verder investeren in het bedrijf.

De rendabiliteit kan ook berekend worden door de rendabiliteit van de totale activa te vermenigvuldigen met de financiële hefboom. Deze hefboom is gelijk aan:

(Winst voor belastingen / Winst voor belastingen + financiële kosten van het vreemd vermogen)X(Totale activa / eigen vermogen)

De hefboom bestaat uit twee elementen: De eerste factor is de uitdrukking van de schuldenkost, terwijl de tweede factor de inverse waarde van de financiële onafhankelijk weergeeft.  Uit deze uitdrukking blijkt dat de rendabiliteit van het eigen vermogen niet enkel samen hangt met de winstmarge maar ook met de financiële hefboom en de rendabiliteit van de totale activa.

Graad financiële hefboom

Naast de nettorendabiliteit van het eigen vermogen kan ook de financiële hefboom berekend worden. Deze ratio is de verhouding tussen de procentuele verandering van de winst of verlies na financiële kosten van het vreemd vermogen en belastingen en de procentuele verandering van de winst of verlies voor de financiële kosten en belastingen.

Deze ratio geeft informatie over de invloed van de winst voor de kosten op de winst na de kosten. Een onderneming met een hoge graad heeft dus een hoger financieel risico omdat een verandering van de winst of verlies voor de kosten een grote positieve of negatieve invloed heeft op het resultaat na de kosten en belastingen. In volatiele tijden kan dit dus leiden tot een significante stijging van het resultaat, maar evengoed van het verdampen van de winst of het kan zelfs leiden tot verlies door kleine veranderingen in sommige factoren.

Rendabiliteit en de invloed ervan op bedrijven

Op lange termijn zijn de solvabiliteit en de rendabiliteit cruciaal voor een bedrijf.  De solvabiliteit is belangrijk omdat het bedrijf op lange termijn alle schulden moet kunnen terugbetalen, de rendabiliteit omdat er voldoende winst gemaakt moet worden om niet alleen solvabel te zijn, maar om ook te kunnen groeien.  In dit artikel: de rendabiliteit van de verkopen en van de activa.

Rendabiliteit van de verkopen

Bruto- en nettoverkoopmarge

De brutoverkoopmarge is het brutobedrijfsresultaat voor niet-kaskosten ten opzichte van de verkopen.  De nettoverkoopmarge gebruikt dezelfde formule, enkel is het het bedrijfsresultaat na niet-kaskosten.  

De brutoverkoopmarge geeft meer informatie over de efficiënte van de operationele activiteiten. Daarnaast hangt de bruto- en nettoverkoopmarge nauw samen. De nettoverkoopmarge zal ook steeds lager zijn dan de brutoverkoopmarge, omdat de niet-kaskosten wel in rekening gebracht worden. Dit leidt tot de volgende conclusie:  Als de verhouding tussen de niet-kaskosten en de verkopen constant blijft en de nettoverkoopmarge daalt is dit volledig te wijten aan een dalende brutomarge. Andersoms zullen de niet-kaskosten stijgen of dalen, als de nettoverkoopmarge stijgt of daalt terwijl de brutoverkoopmarge gelijkgebleven is.

Graad operationele hefboom

Dit is de procentuele verandering nettobedrijfsresultaat na niet-kaskoten/ procentuele verandering verkopen.

De graad operationele hefboom kan gebruikt worden om het bedrijfsrisico van het bedrijf in kwestie in te schatten. Een hoge graad duidt op een hoger bedrijfsrisico omdat het nettobedrijfsresultaat sterk reageert op een verandering in de verkopen.  Een positieve verandering in de verkopen zal versterkt worden, terwijl een daling van de verkopen een nog grotere procentuele daling in het nettobedrijfsresultaat tot gevolg heeft.

Rendabiliteit van de activa

Bruto- en nettorendabiliteit totale activa voor belastingen

Net zoals bij de verkoopmarge kan hier een bruto- en nettorendabiliteit berekend worden. De brutorendabiliteit is gelijk aan de verhouding tussen de winst voor belastingen, niet-kaskosten en financiële kosten van het vreemd vermogen, en de totale activa.  Bij de nettorendabiliteit worden de niet kas-kosten niet in de berekening genomen. Deze ratio is een indicator voor de efficiëntie waarmee de activa worden ingezet.

Rendabiliteit totale activa

Ook hier kan een onderscheid gemaakt worden tussen de bruto- en de nettorendabiliteit.

  • Nettorendabiliteit = Nettowinstmarge x rotatie van de activa(= verkopen/ totale activa)
  • Bruttorendabiliteit = Brutowinstmarge x rotatie van de activa.

Deze ratio's bestaan uit twee delen: enerzijds de winstmarge die aangeeft hoeveel winst een bedrijf maakt op elke euro, anderzijds de voorraadrotatie die aangeeft hoeveel keer per jaar de activa zijn ingezet. Hoe hoger of lager de voorraadrotatie hoe meer of minder verkopen er gegenereert wordt door de activa.  Het voordeel van de rendabiliteit totale activa is dat dit een zeer volledige formule is.  Ze houdt rekening met de winstgevendheid en de rotatie. De andere ratio's houden enkel rekening met één van beide factoren.

Solvabiliteitsratio's en de invloed op aandelen

Naast de liquiditeit is ook de solvabiliteit van een onderneming belangrijk. Een onderneming kan in staat zijn om op korte termijn zijn verplichtingen na te komen, maar deze liquiditeit is geen garantie dat het dit ook kan volhouden op lange termijn.  Om de kans op solvabiliteitsrisico's in te schatten zijn er vier belangrijke ratio's die we in dit artikel bespreken.

Algemene schuldgraad en financiële onafhankelijkheid

De algemene schuldgraad kan gedefinieerd worden als de verhouding van het vreemd vermogen ten opzichte van het totaal vermogen.  De financiële onafhankelijkheid is gelijk aan het eigen vermogen  ten opzichte van het totaal vermogen. Beide ratio's zijn complementair, dit wilt zeggen dat de algemene schuldgraad + financiële onafhankelijkheid = 1.  Hoe hoger hoger de algemene schuldgraad (en dus hoe lager de financiële onafhankelijkheid), hoe afhankelijker de onderneming is van kredietverleners in de vorm van schuldeisers, banken,...  De bescherming tegen schuldeisers is dan ook kleiner. In absolute termen zijn deze ratio's een indicatie van het financiële risico dat een onderneming loopt

Toch moeten deze twee ratio's in zijn context gezien worden omdat er enkele assumpties gemaakt zijn. Zo gaat de ratio uit van de assumptie dat als de onderneming geliquideerd wordt, niet alle schuldeisers vergoed kunnen worden.  In de realiteit zijn er nog andere mogelijkheden om schulden terug te betalen zonder dat er tot liquidatie wordt overgegaan. Daarnaast wordt verondersteld dat de boekwaarde van alle posten overeenstemt met de huidige marktprijs.  Daar de meeste bedrijven het historische kostprijsprincipe hanteren, kan de werkelijke waarde van de activa verschillen van de boekhoudkundige (bijvoorbeeld door een niet-geboekte herwaardingsmeerwaarde). Het is dus belangrijk deze ratio's in de context te beoordelen.

Dekking totaal vreemd vermogen door cashflow

Deze ratio geeft de verhouding weer tussen de operationele cashflow en het totaal vreemd vermogen. Hierbij wordt er gekeken hoeveel percent van schulden door de operationele cashflow terugbetaald kunnen worden.  Naarmate deze ratio stijgt, lopen schuldeisers minder risico op wanbetaling. Het voordeel van deze ratio is dat enkel de cashflow wordt gebruikt. Zo hebben niet-kaskosten geen invloed op het resultaat i.v.m algemene schuldgraad.

Dekking van de financiële kosten door het nettoresultaat

Deze ratio heeft de winst voor belastingen en financiële kosten van het vreemd vermogen in de teller en de financiële kosten van het vreemd vermogen in de noemer. De dekkingsratio geeft een analyse van de mate waarin de financiële kosten van het vreemd vermogen gedragen kunnen worden.  Deze ratio is vooral nuttig voor ondernemingen die langetermijnschulden hebben, waarop jaarlijks rente betaald wordt.  Een laag ratio geeft weer dat de onderneming moeilijkheden zou kunnen hebben om de financiële kosten te dragen zonder nieuw kapitaal aan te trekken.

Liquiditeitsratio's en beleggen

Naast de kasstroomanalyse wordt bij de beoordeling van aandelen naar de ratio's gekeken. Deze ratio's geven in één cijfer meer informatie over één van de vier volgende aspecten: liquiditeit, solvabiliteit, rendabiliteit of toegevoegde waarde. Elke dag zullen de belangrijkste ratio's voorgesteld worden. Vandaag bekijken we de liquiditeitsratio's.

De liquiditeitsratio's geven weer in welke mate een onderneming haar betalingsverplichtingen op korte termijn kan voldoen. Samen met de solvabiliteitsratio's zijn dit de belangrijkste cijfers voor kredietanalisten vermits zij vooral geïnteresseerd zijn in de terugbetaling van de kredieten in plaats van de rendabiliteit.  De belangrijkste ratio's zijn: current ratio, quick ratio, cashflow liquiditeitsratio, aantal dagen voorraad en leveranciers- en klantenkrediet.

Current ratio bekeken

zaak_winstDe current ratio is de verhouding van de vlottende activa vermindert met de vorderingen op meer dan één jaar ten opzichte van het vreemd vermogen op korte termijn.  Als de current ratio lager is dan 1, kan dit duiden op liquiditeitsproblemen omdat de vlottende activa niet voldoende zijn om de kortetermijnschulden te voldoen.

Een ratio hoger dan 1 draagt de voorkeur weg omdat de kortetermijnschulden dan voldaan kunnen worden, en er nog ruimte is voor nieuwe aankopen of investeringen. Toch mag de ratio niet te hoog liggen. Een hoge ratio duidt op een te lakse vordering van klanten, te hoge voorraden of te weinig financiering met vreemd vermogen.

Quick ratio uitgelegd

De quick ratio is de verhouding van de vorderingen op één jaar, de geldbeleggingen en liquide middelen ten opzichte van de schulden op ten hoogste één jaar. Deze ratio is strenger dan de current ratio omdat deze ratio enkel rekening houdt met de meest liquide posten van de vlottende activa. Een quick ratio hoger dan één is een indicatie dat het bedrijf op het vlak van liquiditeit gezond is.

Cashflow liquiditeitsratio

Cashflow liquiditeitsratio de verhouding van de operationele cashflow ten opzichte van de schulden op ten hoogste één jaar. De filosofie achter deze ratio is dat gezonde bedrijven hun schulden kunnen afbetalen met de middelen uit hun cashflow. Deze ratio geeft aan hoeveel procent van de schulden door de cashflow terugbetaald kan worden.

Aantal dagen voorraad

De verhouding tussen de voorraden en bestellingen ten opzichte van de kostprijs van de verkopen geeft het aantal dagen voorraad. Hoe lager het aantal dagen voorraad, hoe sneller de voorraden verkocht worden en hoe liquider deze voorraad is.  Een hoog aantal dagen voorraad is niet wenselijk omdat deze gefinancierd moet worden en het geld anders voor andere doeleinden kan worden aangewend. 

Aantal dagen klanten- en leverancierskrediet

Deze twee ratio's worden berekend door de handelsvorderingen te delen door de verkopen inclusief btw voor het aantal dagen klantenkrediet, en de handelsschulden te delen door de aankopen inclusief btw voor het leverancierskrediet.  Zo kan berekend worden na hoeveel dagen facturen geïnd of betaald worden. Bedrijven trachten steeds het aantal dagen afnemerskrediet zo laag mogelijk te houden, terwijl ze het aantal dagen leverancierskrediet proberen te verhogen.

Wat is een kasstroomanalyse?

Een concept dat de laatste jaren op de voorgrond is getreden, is de kasstroomanalyse. Elke degelijke analyse van de jaarrekeningen van een bedrijf heeft de kasstromen berekend en bestudeerd. De kasstroomanalyse wordt gebruikt naast de ratio's om de financiële situatie van een bedrijf te beoordelen.

Wat is een kasstroomanalyse?

Een kasstroomanalyse maakt gebruik van de inkomsten en de uitgaven over het boekjaar. Dit is een verschil met de jaarresultaten, waarbij de opbrengsten en de kosten worden gerapporteerd.  Een belangrijke misvatting is dat de opbrengsten en kosten gelijk zijn aan de inkomsten en de uitgaven:

  • Een factuur wordt opgemaakt: opbrengst.  Het wordt een inkomst zodra de factuur is betaald.
  • Het boeken van een afschrijving: kost (in dit geval is het een niet-kaskost. Het wordt gecorrigeerd op de balans, zonder dat het invloed heeft op de liquiditeit van de onderneming)
  • De brandverzekering wordt betaald: uitgave

Op deze manier wordt de invloed van waarderings- en boekingsregels geneutraliseerd en zal het nadien eenvoudiger zijn om bedrijven te vergelijken.

De drie secties van een kasstroomanalyse

  • Operationele kasstroom
  • Investeringskasstroom
  • Financieringskasstroom

Operationele kasstroom

volg_het_geldDe operationele kasstroom bevat alle inkomsten en uitgaven die toe te schrijven zijn aan de activiteiten van het bedrijf.  In tegenstelling tot de jaarrekening worden hierbij de niet-kaskosten niet in rekening gebracht.  Voor de berekening bestaan er twee mogelijkheden: de directe of indirecte methode.

Investeringskasstroom

De investeringskasstroom geeft een beeld van de investeringen of desinvesteringen die gedaan zijn tijdens het boekjaar. Transacties die hieronder terug te vinden zijn, zijn de aanschaf van nieuwe machines, het aan- of verkopen van vastgoed en eventuele overnames van nieuwe bedrijven. Hierbij wordt de transactieprijs gebruikt, zonder correcties door afschrijvingen, of geboekte meer- of minderwaarden.

Financieringskasstroom 

De financieringskasstroom tenslotte beschrijft de financieringsbehoefte van een onderneming gedurende het boekjaar. Posten die hieronder terug te vinden zijn, zijn bijvoorbeeld het uitgeven van nieuwe obligaties (waardoor er extra financiële middelen beschikbaar zijn, hetgeen een positief effect heeft op de kasstroom), het terugbetalen van een lening (wat een negatief effect heeft op de kasstroom) of het uitkeren van dividenden.

Vrije kasstroom en analyse

Het optellen van deze drie kasstromen geeft de vrije kasstroom.  Afhankelijk van het teken van de kasstroom beschikt de onderneming over meer of minder liquide middelen ten opzichte van het vorige boekjaar. Een positieve vrije kasstroom is een indicatie van meer liquide middelen, een negatieve van een uitstroom van liquide middelen uit de onderneming.  Voor beleggers is de vrije kasstroom een belangrijk gegeven omdat deze middelen aangewend kunnen worden om te investeren of om een dividend uit te keren.